Unit 1
Grammar
exercise 1 vraagwoorden
exercise 2 bezit: mijn / jouw
exercise 3 spelling
exercise 4 onregelmatige werkwoorden: verleden tijd
exercise 5 onregelmatige werkwoorden:
Nederlands – hele werkwoord – verleden tijd
exercise 6 e-mail
New words
exercise 1 At the hospital
exercise 2 More words
exercise 3 Crossword