Web assignment


Extreme sports.

In je Coursebook heb je gelezen over gevaarlijke sporten.
Je gaat kennis maken met vier van zulke sporten.

Print eerst dit opdrachten - en antwoordenblad uit.

Step 1.
Ga naar http://news.bbc.co.uk/cbbcnews/

Op deze pagina vind je informatie over een aantal gevaarlijke sporten.

Step 2.
Klik op “What are extreme sports?”
Vraag 1.
Welke sport zie je op de foto?
Vraag 2.
Kruis op je antwoordblad aan of deze zinnen Waar of Niet waar zijn.
1. Bij gevaarlijke sporten gaat het om gevaar en vaardigheid (= iets dat jij goed kunt).
2. Je doet zulke sporten met een team.
3. Er zijn weinig regels.
4. Mensen die een dergelijke sport doen, denken nooit aan de risico’s ervan.
Step 3.
Ga terug naar de vorige bladzijde.
Klik op "Surfing".
Vraag 3.
A. Wat doen deze surfers?.
B. Wie gebruiken een longboard?
C. Hoe hoog kunnen de golven worden bij Big Wave?
Step 4.
Ga terug naar de vorige bladzijde.
Klik op “Tom can surf any wave”, rechts.
Vraag 4.
Hieronder staan een aantal zinnen.
Ze staan niet in de juiste volgorde.
Zet de zinnen in de juiste volgorde.
Zo maak jij zelf het verhaal van Tom.

A. I surf pretty much every day, including winter.
B. I won third place in my first competition.
C. Tom, 13, is one of Britain’s best young surfers.
D. My two brothers, dad and mum all love going down to the beach.
E. You don’t always need big waves to surf.
F. If you want to get into surfing the best thing to do is go down to the beach and get to a surf school.


Step 5.
Klik op “vorige”.
Klik op “BMX”.
Je leest nu een korte tekst over BMX.
Vraag 5.
Zoek in de tekst de Engelse woorden voor:
1. fietsen.
2. sterk genoeg.
3. bestaan.
4. fietser.
5. competitie.
Step 6.
Ga terug naar de vorige pagina.
Klik nu op “Profile: BMX star Zach”.
Vraag 6.
Kruis op je antwoordblad aan of deze zinnen Waar of Niet waar zijn.
1. Zach Shaw rijdt vanaf zijn 5e op een fiets.
2. Hij rijdt meestal rondjes op een plein.
3. Hij spaarde zijn lunchgeld om een fiets te kopen.
4. Zach is de bedenker van een speciale truc: de ‘Zakflip’
. 5. Hij traint jonge BMX’ers.
6. Zach speelt een rol in een computerspel.
7. Zach vindt dat BMX’ers nooit een helm hoeven te dragen.
Step 7.
Klik op “vorige”.
Klik op “Skateboarding”.
Je leest nu een korte tekst over skateboarding.
Vraag 7.
A. Hoe noem je de skatepijp op de foto?
B. Noem ιιn van de twee ‘street tricks’ die in de tekst staan. Schrijf hem op in het Nederlands.
Step 8.
Klik op "vorige".
Klik op “How Rosie got into skating”.
.
Vraag 8.
Lees de tekst en beantwoord de vragen op je opdrachtenblad.
A. Hoe lang doet Rosie al aan skaten?
B. Hoe laat begint ze dagelijks met skaten?
C. Hoe laat stopt ze ermee?
D. Met wie skate Rosie veel samen?
E. Wat is het advies dat Rosie geeft aan meisjes die willen gaan skaten?
Step 9.
Tijd voor een spelletje!!

Ga naar http://news.bbc.co.uk/cbbcnews/hi/newsid_3940000/newsid_3944800/3944847.stm
en speel een spelletje “Girls V Boys Football” . Let Klik op “ 1 player” .
Klik op “Beginner” .
Kies een team.
Druk op “N” om het spel te beginnen.
Let op! Dit is geen eenvoudig spel!

Instructies:

- H = schieten met de bal.
- N = de bal naar iemand anders schieten of een sliding maken.
- N + H = extra kracht.
- Goalkeeper: N + H = schieten of buiten het veld schieten.
- Linker en rechter pijltjestoets = daarmee kun je bal draaien
- Korte tik op N = sneller rennen met de bal.

Veel succes!



Antwoordenblad bij R3WebUn1.

Naam: …………………………………………………………………………………

Klas: …………………………………………………………………………………...

Leerkracht: …………………………………………………………………...




Vraag 1:

……………………………………………………………………………………………………..


Vraag 2:

Waar Niet waar
1 ...... ......
2 ...... ......
3 ...... ......
4 ...... ......


Vraag 3:

A: ………………………………………………………………………………………………….

B: ………………………………………………………………………………………………….

C: ………………………………………………………………………………………………….


Vraag 4:

A: ………………………………….

B: ………………………………….

C: ………………………………….

D: ………………………………….

E: ………………………………….

F: ………………………………….


Vraag 5:

1: …………………………………………………………………………………………………

2: …………………………………………………………………………………………………

3: ………………………………………………………………………………………………..

4: ……………………………………………………………………………………………….

5: ………………………………………………………………………………………………..


Vraag 6:

Waar Niet waar
1 ...... ......
2 ...... ......
3 ...... ......
4 ...... ......
5 ...... ......
6 ...... ......


Vraag 7:

A: ………………………………………………………………………………………..

B: …………………………………………………………………………………………


Vraag 8:

A: ………………………………………………………………………………………..

B: ……………………………………………………………………………………….

C: ……………………………………………………………………………………….

D: ……………………………………………………………………………………….

E: ………………………………………………………………………………………..